Als mistflarden van de aarde wijken
Opstijgen uit donkere friese bossen
Langs stralen van de zon oplossen
Om de kristallen lucht te verrijken
Dan slaapt Jaap nog
Als ’s middags klingt wapengeklater
Om oeroude eer of uit lijfsbehoud
Ver gedragen over het ijzige water
Bewaard in gefluister van het woud
Dan slaapt Jaap nog
Als strijders moe en narrig
Koppen getekend, haren warrig,
Beloond worden met een warm bed
Gedeeld met een gade, na het gebed
Dan ontwaakt Jaap
Ja, het licht van de dichter ontsteekt
Bij het vage schijnsel van een lamp
Als de maan voor de sterren preekt
En lijken verstenen in hun kramp
In de stilte van de nacht
Kan een vers pas klinken:
Contouren worden zacht
Woorden in de hemel plinken
28-12-04