In mijn duisternis

verbergt zich

een groot gewicht.

 

De avond valt

en weer

staar ik in het laatste licht.

 

Waarom vraagt men

als ik waak

naar mijn naam?

 

In niets lijk ik

op het pad

waar ik ga.

 

Maar: Van waar ik kwam

volgt

en zegt mij na.