ROOKOFFER

 

Oedipous grijpt naar de lege plek

Naast zich in het klamme bed.

Zijn hand vindt slechts de drek

Van zijn laagste verlet.

 

Ontnuchterd raakt hij verdwaald

In de gewone stompzin van het bestaan

Waar het verlangen niet wordt gedáán

En van helden slechts wordt verhááld.

 

Vanuit de hoek roept mijn pijp:

Offermal voor de heilige mis

Waarin de geest zijn eigen meerdere is.

 

Overgebleven as is als rijp:

Neerslag van een brandende nacht

Waarin ik mijzelf uit dankbaarheid heb verkracht.